Skip to content

Stop met dat Haagse gedoe, bericht eens over de inhoud!

by Emiel Elgersma on April 9th, 2008

De parlementaire journalisten moeten niet meer over het Haagse spel berichten, maar meer bezig zijn met hun democratische functie, vindt Emiel Elgersma. Zij  moeten berichten over de voorstellen die politici doen en de gevolgen daarvan voor de samenleving.

De verslaggeving over de Nederlandse politiek lijkt steeds meer op een realitysoap waarbij het meer gaat om de personen en het politieke spel, dan om de inhoud. De politieke partijen worden één voor één als personen gepresenteerd en er is altijd wel ergens een strijd gaande. Rouvoet wordt neergezet als de moraalridder van het kabinet en over de Partij van de Vrijheid wordt maar zelden gesproken. Over Wilders des te meer.

Volgens Hans Wansink (Komt allemaal door de media, Volkskrant 4 augustus 2005) komt dit soort verslaggeving vooral voor tijdens de verkiezingstijd. ,,Conflict, drama en mogelijkheid tot personificatie bepalen of zaken nieuwswaardig zijn,’’ schrijft hij. Echter dat is niet alleen zo in de campagnetijd, maar tweeënhalf jaar later gaat het er nog steeds zo aan toe. Het gaat er om wie het hardst schreeuwt en niet wat er wordt geschreeuwd.

Duidende journalistiek
Maar waarom gaat het niet meer om de inhoud van de politiek? De Haagse journalisten hebben zichzelf wijs gemaakt dat de Nederlandse bevolking niet geïnteresseerd is in ingewikkelde vraagstukken. In plaats daarvan wordt er gretig verslag gedaan van hypes en het zoveelste proefballonnetje van een politicus. Ook de objectieve berichtgeving van wat er daadwerkelijk in de Tweede Kamer wordt voorgesteld is er – met enkele uitzonderingen – niet meer bij.

De politiek wordt tegenwoordig vooral door journalisten geduid. Volgens UvA-politicoloog Philip van Praag was in 1998 de journalist 72 procent van de tijd in beeld om zijn verhaal te doen. En dat verhaal moet kort en simpel zijn. Het liefst met een tegenstelling en een paar lekkere, korte, quotes.

De journalist zoekt zelf de feiten bij elkaar die zijn gelijk onderbouwen, aldus Van Praag in het de 50 jaar tv-journaal editie van Tijdschrift voor Mediageschiedenis.  Hij stelt dat er steeds minder inhoudelijk wordt bericht over ‘relevante maatschappelijke vraagstukken en standpunten van de verschillende partijen’.

Wat willen mensen weten?
Bij de interpreterende journalistiek staat de vraag centraal ‘Waarom heeft de politicus iets gezegd?’ en niet meer ‘wat heeft hij gezegd’. De burger wordt hierdoor buitengesloten van het democratische spel, omdat hij niet meer wordt voorzien van de juiste politieke informatie om een goede, afgewogen, eigen keuzen te maken bij de verkiezingen. 

Maar hoe is die interpreterende journalistiek ontstaan? Bij de parlementaire journalisten heerst de veronderstelling dat ‘het Nederlandse volk’ niet echt geïnteresseerd is in de politiek. Maar zoals Hans Wansink schrijft, is de betrokkenheid van de burgers bij de politiek groter is dan ooit. Hij verwijst hierbij naar het succes van de stemwijzers op internet. Miljoenen mensen vullen die in om zich ‘zonder tussenkomst van de media op de hoogte te stellen van de standpunten van de partijen’.

Hieruit valt voorzichtig te concluderen dat burgers toch wel enige interesse hebben in de politiek. Misschien dat de Haagse journalisten dan liever over het Haagse gedoe berichten – wat de menselijke kant van de politiek laat zien – om zo de grote kloof tussen burgers en  de politiek te overbruggen die de afgelopen twee decennia is ontstaan. Maar die kloof is niet iets nieuws. Volgens democratiekenner en schrijver Jan de Kievid in zijn boek Democratie is zelfs het tegenovergestelde het geval. Het wantrouwen van burgers in de politiek is de afgelopen kwart eeuw niet toegenomen, maar eerder iets afgenomen.

Als er in de samenleving dan toch wel iets van interesse is in de politiek en het met de groeiende kloof ook wel meevalt, waarom wordt er dan de laatste vijftien jaar steeds meer gedramatiseerd, gesimplificeerd en geduid in Den Haag? Het is tijd dat de parlementaire journalisten weer gaan doen wat ze moeten doen. Verslaglegging van de politieke voorstellen zonder hun eigen – gekleurde – interpretaties, maar met oog voor de mogelijke gevolgen van die voorstellen in de samenleving.

Democratische functies
Het zijn de klassieke democratische functies van een journalist om zowel de macht te controleren, de burgers te informeren als misstanden aan de kaak te stellen. Dat doe je niet door de politiek te benaderen als een realityshow, zoals dat nu gebeurt. Het grootste bezwaar tegen dat soort verslaggeving is misschien wel dat je als journalist de politiek daardoor niet serieus neemt.

Dat is onterecht, aangezien er in  Den Haag dagelijks beslissingen worden genomen die grote invloed hebben op de Nederlandse samenleving. Als journalistieke waakhond moet je dus niet gaan schrijven over het Haags gedoe zoals welk Kamerlid het met wie doet, maar over wat voor uitwerkingen beleid heeft. Dat is het controleren van de macht.

Focussen op de inhoud
Door  wat vaker in te gaan op de politieke inhoud en de gevolgen, in plaats van de strijd tussen politici, brengt ook voordelen met zich mee.

Ten eerste zorg je ervoor dat burgers goed geïnformeerd zijn over wat er in Den Haag speelt en hoe de verschillende partijen daarover denken. Hierdoor kunnen kiezers in de volgende verkiezingen een goede, eigen, afweging maken.

Naast dat die inhoudelijke verslaggeving burgers informeert, is die verslaggeving ook een goede manier om de macht te controleren. Door de toetsing van voorgenomen beleid in de samenleving kom je als journalist er achter wat voor gevolgen een voorstel uit Den Haag heeft  en wat er fout kan gaan. Zo kunnen ook misstanden – een andere democratische functie – worden ontdekt.

Naast de – iet wat idyllische – democratische functies, is er de winst dat de journalistieke producties dichter bij de gewone burgers staat. Een veelgehoord verwijt aan de media is dat dat nu niet het geval is. De civiele journalistiek klinkt simpel, maar berichtgeving die dicht bij de burger staat, gebeurt veel te weinig. Het is niet de bedoeling dat alle voorstellen simpelweg worden geprojecteerd op Jan Modaal, maar als journalist moet je jezelf  afvragen wat voor gevolgen een voorstel heeft voor bijvoorbeeld de ouderenzorg. Dat komt dus neer op praten met de ouderen, hun kinderen en mensen die in die sector werken. En dan niet alleen de directeur.

Tenslotte zorgt het inhoudelijk berichten over voorstellen van politici ervoor dat journalist ook weer tussen de ‘gewone mensen’ komen. Dat relativeert het belang van Haagse gedoe en zorgt er voor dat er met een frisse blik naar Den Haag kan worden gekeken. Misschien dat dan ook eens duidelijk wordt dat niet zo veel mensen geïnteresseerd zijn in de Haagse malaise, maar wel in de politiek in Den Haag voorstelt.

Share and Enjoy:
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • eKudos
  • FriendFeed
  • MSN Reporter
  • NuJIJ
  • Twitter

From → Nederlands

No comments yet

Leave a Reply

Note: XHTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to this comment feed via RSS