Poëziecircus is vooral een grote vriendenclub
EMIEL ELGERSMA
UTRECHT
‘Ben ik de enige hier die er geen verstand van poëzie heeft?” vraagt Georgina Verbaan aan het publiek van Tivoli De Oudegracht. Het blijft pijnlijk stil.
Samen met dichter F. Starik doet ze de presentatie van Het Grote Poëziecircus. Een speciale editie, want het circus bestaat tien jaar. Eigenlijk een paar jaar meer, maar niemand weet meer wanneer het precies begon.
De twee presentatoren zitten op rode, stervormige stoelen. Beide luisteren ze, met een sigaret in hun handen, aandachtig naar de poëzie. Soms zichtbaar geëmotioneerd door de voordrachten.
Starik is een markant figuur. Zwarte broek en dito gekleurd jasje. Brilletje op zijn neus en een trendy grijs sikje. Verbaan draagt een weinig verhullend zwart kanten jurkje en gele lakschoentjes met strikjes.
Backstage blijkt het Poëziecircus een grote vriendenclub te zijn. Schrijver Tommy Wieringa wordt bij binnenkomst innig omhelst door dichter Erik Jan Harmens.
Niet veel later komt Vrouwkje Tuinman, een van de oud gedienden van het Poëziecircus, met een nieuwtje. ,,Weet je al dat Tommy een huis heeft gekocht?” Starik wist dat nog niet:,,Wat voor huis, een rijtjeshuis?” Wieringa: ,,Een stolpboerderij, op een dijk.”
Terwijl er achter de schermen gezellig wordt bijgepraat met een biertje en een wijntje, is het in de zaal doodstil. Michaël Stoker van de organisatie schat dat er zo’n driehonderd bezoekers zijn.
,,Meer dan de helft daarvan is familie en vrienden,” verklapt Leine, zangeres en liedjesschrijver die dit jaar in de finale van de Grote Prijs van Nederland staat. Zij kwam voor het eerst in aanraking met het Poëziecircus via de band Phinx¸die al weer enkele jaren de huisband is. Nu treed ze er regelmatig op.
Ronald Giphart, een van de bekendste gasten, had zijn ‘masturbatiegedichten’ tevoorschijn gehaald met drie gedichten die hij nog nooit eerder had voorgedragen. ,,Ik doe niet aan poëzie, ik doe aan proza. Ik ben verrast dat ik gevraagd ben.”
De naam Ingmar Heytze, medeoprichter van het Poëziecircus en elke vrijdag te lezen achter op deze krant, viel vele malen deze avond. ,,Ik ontmoette Ingmar in Parnassos,” zegt Claudia de Breij op een videoboodschap aan het circus. ,,Aan hem heb ik alles te danken.”